De uitgangspunten van de methode

1. Inbreng van cliënten is een gedeeld belang van gemeente en cliëntenraad:
Ervaringen van cliënten zijn belangrijk voor het ontwikkelen van beleid en uitvoering. Ervaringen laten zien of beleid en uitvoering effectief zijn en geen onbedoelde negatieve gevolgen hebben voor cliënten. Ervaringen van cliënten zijn dus ook heel belangrijk voor bestuurders en hun ambtenaren. Voor het ophalen, beoordelen en duiden van de ervaringen (ervaringskennis) is samenwerking met ervaringsdeskundige cliënten en/of hun vertegenwoordigers van cruciaal belang.

2. Wederzijds vertrouwen is de basis voor samenwerking:
Voor een goede samenwerking is onderling vertrouwen vereist, met respect voor elkaars verantwoordelijkheden, belangen en kwaliteiten. Om vertrouwen op te bouwen is het van belang dat zowel de cliëntenraad als de uitvoerders en bestuurders elkaars waarden, normen (en regels) kennen en als noodzakelijk, nuttig en redelijk accepteren.

3. Het bespreken van gedeelde waarden overbrugt verschillen:
Voor een goed begrip van elkaars positie en standpunten over een onderwerp kan het zinvol zijn de dialoog te starten met een uitwisseling over wat de deelnemers belangrijk en waardevol vinden. In de praktijk blijken deze waarden elkaar vaak te raken en daarmee de gesprekspartners te verbinden, waardoor de dialoog gemakkelijker verloopt.

4. De dialoog is de basis voor een doorlopende samenspraak:
Samenwerking en vertrouwen valt en staat bij de doorlopende dialoog tussen de bestuurder (en ambtenaren) en de cliëntenvertegenwoordigers. Door vooraf een duidelijke gezamenlijke intentie neer te zettenen door goed te luisteren en van gedachten te wisselen ontstaat er inzicht, dynamiek en mogelijk een gedeelde opvatting over wat er gaande is en wat zal moeten veranderen.