Dialoog en wederzijds vertrouwen

Wederzijds vertrouwen
Cliëntenparticipatie is belangrijk voor het waarborgen van de kwaliteit van het beleid en van de uitvoering.  Dit heeft als uiteindelijk doel om de dienstverlening te verbeteren en maatschappelijke problemen op te lossen. Of dit allemaal lukt is maar de vraag. Daarvoor is het nodig om zoveel mogelijk ‘voeling’ met de praktijk te houden bij het ontwikkelen van beleid en ná de invoering van dat beleid bij de uitvoering.

Zo beschouwd hebben bestuurders/managers en cliënten of hun vertegenwoordigers elkaar hard nodig.  Een cliëntenraad is hierbij zowel informant, adviseur als toezichthouder. Deze dubbelrol is ingewikkeld.  Als informant is het belangrijk om op goede voet met de bestuurder en de managers te staan. Dan krijgt u zaken voor elkaar. Als toezichthouder is het soms belangrijk om streng te zijn en soms zelfs het conflict aan te gaan.

Steeds meer onderzoek toont aan dat het geen probleem hoeft te zijn om als toezichthouder de toezichtstaak zoveel mogelijk op basis van vertrouwen uit te voeren. Onderling vertrouwen blijkt eraan bij te dragen dat afspraken tussen de toezichthouder en de bestuurders/managers daadwerkelijk uitgevoerd worden.

Om tot goede afspraken te komen is het van belang dat er een doorlopende dialoog tussen de bestuurder/manager en de ‘toezichthoudende’ cliëntenraad is. De doorlopende dialoog vergroot op zijn beurt weer het onderlinge vertrouwen. Tel uit uw winst.

De dialoog
In deze methodiek staat de dialoog tussen bestuurders/managers en cliënten of hun vertegenwoordigers centraal.

De dialoog onderscheidt zich van een vergadering, onderhandeling of overleg omdat de dialoog zich in de eerste plaats richt op:

  • het leggen van de verbinding tussen de deelnemers en
  • het bevorderen van samenwerking.

De basis voor het voeren van een goede dialoog is ruimte en respect voor ieders inbreng, ervaringen, wensen en voornemens. Gelijkwaardigheid, gezamenlijk belang en vertrouwen spelen daarin een belangrijke rol.

Dialoogdeskundige Isaacs formuleert de dialoog als volgt:
“Een dialoog is een manier om energie te putten uit verschillen en deze te bundelen tot iets wat voorheen nog niet bestond. In de dialoog ontdekt u en verandert u de onderliggende structuren van een probleem”

In een dialoog onderhandelt u niet. U bespreekt alles, de verschillende gezichtspunten en gevoelens. Bijvoorbeeld als u gezamenlijk toe wil naar iets nieuws (gezamenlijk belang) dat offers vraagt van een ander. Door hierover te praten komt u tot opties die u eerst nooit had kunnen bedenken. Zo wordt u van beleefde deelnemers aan een overleg tot bereidwillige partners.

Gespreksregels voor de dialoog:

  1. Behandel elkaar met respect en vriendelijkheid
  2. Vertel uw verhaal vanuit uw eigen perspectief (denk niet voor een ander)
  3. Stel uw oordelen uit en luister goed om te begrijpen wat de ander wil zeggen, wat de intentie is.
  4. Stel open en verdiepende vragen (waarom, welk idee, hoe etc.)
  5. Probeer het gemeenschappelijke te ontdekken.

Gespreksleider
Een dialoog vraagt dus discipline van de deelnemers om zich aan de gespreksregels te houden. Als dat lastig is, kan het helpen om hiervoor een gespreksleider in te schakelen.

Meer lezen over hoe voert u een goede dialoog