Intern beraad over bevindingen

Op deze pagina vindt u informatie over:

  • Wat we onder intern beraad verstaan
  • 4 hulpvragen

Wat is een intern beraad?
Het interne beraad staat voor het overleg dat de cliëntenraad en de gemeente in eigen kring voeren. In dat overleg bepalen zij hun standpunt over de uitkomsten van de opgehaalde ervaringen.

Het doel van het overleg is altijd het verbeteren van de situatie van cliënten.

De uitkomsten worden dus eerst in eigen kring besproken. Het idee hierachter is dat de beide partijen hun eigen bevindingen en accenten helder krijgen. Het is tegelijk een goede voorbereiding om de dialoog aan te gaan.

4 hulpvragen
Als hulpmiddel om het interne overleg te structureren kunnen 4 vragen gesteld worden. Deze vragen zijn ontwikkeld door de Deense sociale wetenschapper Bernd Flyvbjerg. Hij wilde bepalen hoe sociale processen zo objectief mogelijk te beïnvloeden zijn.

Zijn doel is steeds om het beste voor de cliënt te bewerkstelligen.

De 4 vragen zijn:

  1. Wat gebeurt er?
  2. Wie heeft hier voordeel van en wie heeft nadeel?  Hoe werkt dit?
  3. Is dit wenselijk? Wat vinden we hiervan?
  4. Wat kan/moet anders, beter?

Wat gebeurt er? en Wie heeft er voordeel van en wie heeft nadeel?

Deze eerste 2 vragen zijn om vast te stellen wat de huidige situatie is en wat hier achter schuil gaat. Deze vragen zijn in deze methodiek uitgewerkt in het ophalen, vastleggen, analyseren en presenteren van de ervaringen. Dat zijn de ervaringen en feiten waarop we ons baseren.

Maar met het beantwoorden van deze ‘beschrijvende’ vragen bent u er nog niet.

Cijfers en verhalen krijgen pas betekenis als u die plaatst tegen de belangrijkste waarden en doelen die u als bestuurder en cliëntenraad hebt. Daarom is voor Flyvbjerg de 3e vraag de centrale vraag:

Is dit wenselijk? en Wat vinden we ervan?

Dit klinkt als een eenvoudige vraag, maar is het niet. De vraag is namelijk wie de ‘we’ is in deze vraag. Vandaar dat wij in onze methode eerst de vraag ‘Wat moet anders/beter?’ in de ‘eigen’ geleding laten beantwoorden.

Het gaat er in onze methodiek om dat personen uit dezelfde geleding (Bestuur en/of MT respectievelijk cliëntenraad) tot een antwoord komen op de vraag ‘Wat vinden we ervan?’.  De deelnemers aan de dialoog zoeken naar overeenstemming. Op basis van de gevonden overeenstemming kunt u gezamenlijk op zoek gaan naar verbetermogelijkheden en komt u samen uit bij de vraag:

‘Wat moet anders, beter?’

Na de dialoog over de waarden die in het geding zijn en of er iets moet veranderen, kan het gesprek over de mogelijke verbeteringen gaan. Het is een concrete stap na de beantwoording van vraag 3 ‘Is dit wenselijk? Wat vinden we ervan?’

In de methodiek Benut Ervaringen is de vraag ‘Wat moet er anders, beter?’ de overgang van de linkerkant van de figuur waarin de ervaringswereld van cliënten centraal staat naar de rechterkant van de figuur waarin het veranderingsproces in gang gezet wordt. Dit veranderingsproces is de verantwoordelijkheid van het bestuur, het management en de professionals.

De dialoog in de eigen geleding gaat vooraf aan de dialoog tussen de geledingen. U neemt dus de uitkomsten mee naar de dialoog met de andere geleding. Dan worden opnieuw de vragen 3 en 4 beantwoord. Maar nu tussen vertegenwoordigers van de geledingen. Ook nu gaat het om een echte dialoog waarin ook kan worden teruggegrepen naar de dialoog in de eigen geleding.

Ook deze dialoog sluit u af met de vaststelling van de overeenkomsten. Daarna bespreekt u gezamenlijk de laatste vraag en kunnen de opties voor verandering naast elkaar worden gelegd.

Meer lezen over de achtergrond van de hulpvragen