10 De achtergrond van de 4 vragen

Het intern beraad over de verworven ervaringskennis is een belangrijke stap in de methode. Waar komen de vragen vandaan die hierbij centraal staan?

De achtergrond van de hulpvragen
Volgens de Deense wetenschapper Flyvbjerg ontbreekt het vaak aan inzicht in de echte verhalen van mensen.  Verhalen die cijfers kleur geven, maar ook een spiegel aan beleidsmakers en –uitvoerders kunnen voorhouden. Met Flyvbjerg zijn wij in deze methodiek van mening dat verhalen en ervaringen een belangrijke toegevoegde waarde hebben om de werking en effecten van beleid te begrijpen en zo nodig aan te passen.

Soms is het nodig om harde cijfers te produceren om problemen aan te tonen. Soms is het genoeg om verhalen van cliënten of anderen op te tekenen. Zo ziet u of beleid effect heeft of de plank misslaat. Of dat het beleid wel klopt, maar dat de uitvoering niet effectief of zorgvuldig verloopt.

Daarom is het nodig om feiten en ervaringen op te sporen; het gaat dan om cijfers en verhalen. In onze methode gaan we ervan uit dat het goed mogelijk is om het ophalen van cijfers en verhalen zoveel mogelijk gezamenlijk aan te pakken. Dus in een samenwerking tussen bestuur/ambtenaren én cliëntenraden. Daarbij kan het handig en effectief zijn om de cijfers door de professionals op te laten halen en de verhalen van cliënten door cliënten of hun vertegenwoordigers. Maar dat kan per situatie verschillen.

Het is wel zaak om vooraf met elkaar af te spreken welke cijfers en verhalen opgehaald gaan worden en hoe. Zo zorgt u ervoor dat u in het vervolg van het traject (de dialoog) niet van mening verschilt over de aard en de kwaliteit van die cijfers en verhalen.

De dialoog in 4 fases en 4 vragen
In de dialoog onderscheidt Bernd Flyvbjerg 4 fases. Die 4 fases uit de dialoog komen overeen met de vragen die volgens Flyvbjerg moeten worden gesteld in sociaal wetenschappelijk onderzoek.

Fase 1 is de feiten-onderzoekende fase van de dialoog. Deelnemers aan de dialoog onderzoeken aan de hand van de gebundelde verhalen wat er volgens hen nu precies aan de hand is?  De vragen die centraal staan zijn:
Wat gebeurt er in de leefwereld van de cliënten?
Welke cliënten hebben in de praktijk voordeel van de gang van zaken en wie heeft er nadeel van?

Fase 2 is de waarderende fase waarin de feiten gewogen worden door de deelnemers. In deze fase vindt de echte dialoog plaats. Het gesprek gaat over de onderliggende waarden die volgens de deelnemers aan de dialoog in het geding zijn. De vraag die centraal staat is: Wat vinden de deelnemers aan de dialoog van de gebundelde cliëntervaringen?

Fase 3 sluit de dialoog af, door niet langer opvattingen uit te wisselen, maar wat op tafel is gekomen samen te vatten. Centrale vraag: Is er overeenstemming over de waarden die in het geding zijn en dat er iets moet veranderen?

Fase 4 is de besluitvormende fase waarin op basis van het voorgaande al dan niet wordt gezocht naar mogelijkheden om de onderliggende waarden in de dagelijkse praktijk beter tot hun recht te laten komen. Centraal staat de vraag: Wat moet er gebeuren?